Webb, Rutger John Felix.

Gevallen in het Verzet. Opdat wij niet vergeten.

Leeftijd: 29.

Geboortedatum: 02 november 1914.

Geboorteplaats: Sigli-Sumatra (NOI-IDN).

Adres: Wittevrouwenstraat 44 bis te Utrecht.

Beroep: Jurist-adj. insp. Commissaris van de Koningin Utrecht. Tijdens de oorlog: medewerker distributiedienst te Den Haag.

Functie in het Verzet: Leider KP-Webb.

Datum en locatie arrestatie: Begin september 1944, 3e van den Boschstraat 3 (huidig adres ong thv Theresiastraat 13) te Den Haag (Bezuidenhout).

Datum en locatie overlijden: 05 september 1944, Fusilladeplaats SS-Concentratiekamp Vught te Vught.

Wijze van overlijden: Gefusilleerd.

Over Rutger Webb is tot nu toe niet al te veel bekend. Als de oorlog uitbreekt, woont Rutger in Utrecht, hij is meester in de rechten. Hij werkt als medewerker distributiedienst in Den Haag en sluit zich daar al snel aan bij het verzet. Hij houdt wapens verborgen en richt in Den Haag de Knokploeg-Webb op. Deze KP bestaat vooral uit Indische jongens. De KP-Webb voert een geslaagde overval uit op een distributiekantoor in een school in de Copernicusstraat in Den Haag. De overvallers fietsen met de buit weg maar worden gevolgd door een 16-jarig meisje dat lid is van een NSDAP organisatie. Ze volgt de overvallers naar hun verzamelplek, en geeft hen vervolgens aan bij de politie. Veel leden van de KP-Webb worden gearresteerd. De verzamelplek was het huis aan de 3e van den Boschstraat 3. Hier woonde het echtpaar A.J.L. (Albert Johan Leonard) van Beeck Calkoen. Hun huis werd tijdens de oorlog als schuiladres gebruikt door een Haagse verzetsgroep onder leiding van Rutger Webb. Het adres lag in het verlengde van de Theresiastraat gerekend vanaf de Adelheidstraat (huis is weggebombardeerd op 3 maart 1945). Aan deze straat lag onder meer de Gemeentelijke HBS en The English Church. Aan de overkant van nummer 3, op nummer 2, was een kantoor gevestigd van de NSB, de Nationaal Socialistische Beweging.

Zijn boezemvriend en medestrijder, Rudi Jansz, noemde Rutger ‘Tutti” en schreef in een brief aan zijn ouders in Indië, medio ’44 bouwde ik met Tutti een eigen groep op bestaande uit een spionageploeg en een zgn. knokploeg (KP), dat is een verzetsgroep, die distributiekantoren overvalt om bonkaarten te bemachtigen voor de onderduikers; aangezien de distributiekantoren gewapende politiebewaking hebben, moet de overval gebeuren met de wapens in de hand en eindigt meestal met een vuurgevecht. Een dergelijke actie was een kolfje naar Tutti’s hand. We hebben elkaar nooit zo gewaardeerd als in die dagen. Helaas duurde onze samenwerking niet lang. Dat gebeurt nooit in de illegaliteit. Vier jaar lang had ik de SD (Sicherheitsdienst) kunnen ontlopen. Tweemaal zaten ze me op de hielen zonder resultaat, de derde maal liep ik in de val: 6 Augustus 1944 werd ik gearresteerd.

Ze sloten me ‘einzelhaft’ in een cel en lieten me wachten. Intussen – dit hoorde ik natuurlijk na mijn bevrijding – zat Tutti niet stil. Onmiddellijk nadat bekend geworden was dat ik vast zat, mobiliseerde hij alle jongens en meisjes waarover wij beschikten en stoomde hen klaar voor een overval op de SD-gevangenis, waarin ik zat, om mij eruit te halen. Als generale repetitie organiseerde hij een overval op een distributiekantoor midden in Den Haag, onder het oog van de Duitse politie met dezelfde mensen, met wie hij de overval op de gevangenis zou doen. De overval op het distributiekantoor slaagde, maar door onervarenheid van een van de jongens kwam de politie achter het adres, waar het distributiemateriaal was opgeslagen, waarna prompt de inval van politie en SD volgde. Drie meisjes en een dame werden gearresteerd. Drie dagen later kon de SD Tutti arresteren. Dat was begin September, en op 4 September, toen de geallieerden vanuit Brussel konden doorstoten tot in Noord-Brabant en met een luchtlandingsdivisie Arnhem bezetten, werd hij tezamen met andere illegale werkers gefusilleerd. (https://www.kasuaris.com/samenleving/ernst-jansz-loslaten/)

Rudi Jansz (de vader van musicus Ernst Jansz) die aanvankelijk ook deel uitmaakte van de knokploeg.

Jopie Jansz (moeder van Ernst): “Ik word weer uit mijn cel gehaald en naar een kamertje gebracht, vanwaar je op de binnenplaats kunt kijken. Hij zegt: ‘Gaat u daar es even staan. Kijkt u es even. Dat is T.’ Het is hem. Tutti. De oude Indische dame naast mij begint vreselijk te huilen. Het is afgrijselijk, want je weet: die jongen gaat dood, die komt nooit meer terug.”

Citaat uit het boek De Overkant van Ernst Jansz. Foto ook afkomstig van Ernst

Na de bevrijding van Antwerpen op 4 september 1944 zenden de BBC en Radio Oranje op dinsdag 5 september 1944 optimistische berichten uit.#vandaagindeoorlog Dan zijn er plotseling geruchten over de aantocht van de geallieerden.

De bevolking maakt zich op om de bevrijders te verwelkomen. Sommige illegale kranten brengen een bevrijdingsnummer uit. De Duitsers grijpen niet in. Veel Duitse soldaten slaan zelfs op de vlucht. Met speciale treinen vertrekken 60.000 NSB’ers hals over kop naar Duitsland. Op 6 september blijkt alles een vergissing.

Tegelijkertijd vinden de Deppner-excecuties plaats in kamp Vught. in augustus en september 1944 worden totaal 450 mensen gefusilleerd. Op 4 september 1944 62 man en op 5 september 1944 59 man: Rutger Webb werd op 5 september 1944 gefusilleerd in kamp Vught, de andere leden van de groep zaten gevangen in de Scheveningse gevangenis ‘Oranjehotel’ en zijn op 6 september 1944 vrijgelaten.

Op het in 1947 geplaatste monument staat de naam Rutger Webb onder de woonplaats Utrecht. Als sterfdatum staat 5 september 1944 vermeld.

Locatie laatste rustplaats: Onbekend.

Overig: Gehuwd met Maria Johanna Louiza Husser. Vader van Rutger Anthonius Paul Webb (overleden op 3-jarige leeftijd). Zoon van Rutger Albert John Willem Webb en Antoinette Pauline Barthelemy.

Onderscheiding

  • Verzetsherdenkingskruis (VHK)-postuum.

Monument

Bronnen

Geef een reactie